Kritische reacties

De verdediging van mijn proefschrift is inmiddels ruim twee maanden geleden. Na die bewuste dag kon ik me een tijdje niet goed meer motiveren voor zaken die met de promotie te maken hadden. Het blijkt toch best druk, zo’n onderzoek afronden. Maar nu de vakantie achter de rug is en er genoeg tijd is verstreken ben ik weer bijgekomen.

Mijn onderzoek is veel in het nieuws geweest. Dat was leuk, maar soms ook lastig. Het persbericht dat we hebben verstuurd had als titel ‘stadslandbouw leidt niet tot gezelligere buurt’. Dat was prikkelend, en is volgens mij de reden dat er zoveel aandacht voor is geweest. De rest van het persbericht was genuanceerder, en in de interviews die ik heb gegeven heb ik ook altijd geprobeerd een genuanceerder beeld te schetsen. Maar het heeft wel tot een aantal kritische reacties geleid. Hoewel dat soms moeilijk was, vind ik het ook leuk. Er is discussie ontstaan, die mij ook weer aan het denken heeft gezet.

Zo was er het blog van Krijn Korver waarin hij aangeeft dat mijn punt dat de verwachtingen van buurttuinen vaak te hoog gespannen zijn, eerder een punt van kritiek is op degenen die die verwachtingen hebben, dan op de buurttuinen zelf. Dat past helemaal bij wat ik wilde zeggen. Ik denk dat we meer belang moeten hechten aan de ‘kleine’ effecten van buurttuinen: iemand die zijn wijkgenoot kan groeten op straat omdat ze samen hebben getuinierd, kinderen die een keer frietjes bakken van zelfverbouwde aardappelen en iemand die zijn hart kan luchten in de kantine van de volkstuin. Zinvolle en belangrijke effecten.

Tegelijkertijd wil ik de effecten van buurttuinen niet overdrijven. Ja, tuinders leren elkaar kennen. Ja, mensen vinden het fijn een praatje te maken op de tuin. Ja, sommigen kunnen bijna iedere avond van hun tuin eten. Maar de meeste tuinen doorbreken geen sociale structuren, veel mensen die bij een buurttuin betrokken zijn eten maar weinig van hun tuin, en veel contacten die op de tuin ontstaan gaan niet verder dan de tuin zelf. Dat is misschien niet de boodschap die mensen willen horen, maar dat is wel wat ik heb gevonden. Uit mijn onderzoek blijkt dat buurttuinen inderdaad tot sociale cohesie leiden, maar tegelijkertijd gaven veel van mijn respondenten aan dat niet erg belangrijk te vinden. En hoewel de meeste tuinen in mijn onderzoek biologisch te werk gaan, vond ik tegelijkertijd dat mensen zich geen onderdeel voelen van een voedselbeweging.

Hans van Ekelen schrijft in zijn nieuwsbrief (klik op 26ste nieuwsbrief) dat de media het ‘ontbreken van een gezelligheidsaspect’ hebben opgepikt. Hij windt zich op over de mediahype, en schrijft “Niets is zo oneerlijk dan, zonder kennis van zaken, een hele boomgaard besmet te verklaren omdat er één rotte appel in hangt.” Maar ik heb niet willen zeggen dat er sprake is van een ‘rotte appel’. En het was ook zeker niet mijn bedoeling ‘laatdunkend’ te doen over buurttuinen, zoals Krijn Korver suggereert. Buurttuinen hebben vele voordelen. Maar ik ben wel kritisch op de grote voordelen die soms aan buurttuinen worden gekoppeld. Nogmaals, dat betekent niet dat buurttuinen geen nut hebben, het betekent volgens mij alleen dat we er op een andere manier naar moeten kijken. Ik zou het jammer vinden als het persbericht tegen buurttuinen zou worden gebruikt, maar een ieder die de samenvatting van mijn proefschrift leest weet wel beter.

Dit is voorlopig mijn laatste berichtje. Niet alleen omdat mijn proefschrift klaar is, maar ook omdat volgende week mijn zwangerschapsverlof ingaat.

Advertenties

De magie van de moestuin

Afgelopen vrijdag werd ik gebeld door een journalist van nu.nl, over de rage van de moestuin. Ze stelde best een aantal lastig te beantwoorden vragen (zijn groenten uit de moestuin gezonder? Eh, tja, dat ligt eraan!), of vragen waar ik ook alleen maar wat over kon speculeren (waarom is moestuinieren ineens hip?) maar het is een leuk stukje geworden: http://www.nu.nl/weekend/4015361/magie-van-moestuin-waarom-zelf-telen-terug.html.

Copyright

Hoera! Sinds deze week is mijn tweede artikel gepubliceerd, in Food and Foodways. Een fijn gevoel, want dit artikel heb ik twee keer behoorlijk moeten herschrijven – eerst bij het eerste tijdschrift waar ik het heb ingediend, en toen bij het tweede – en vervolgens heb ik nog eens aanpassingen moeten doen. Een lange weg dus.

Het interessante van zo’n proces van publiceren is dat je je aan allerlei richtlijnen moet houden met betrekking tot hoe je je artikel inlevert. In dit geval moest ik de volledige tekst inleveren zonder de plaatjes en tabellen, een versie zonder de auteurs erop (in verband met het anonieme reviewen), de figuren als aparte files, een excelfile met alle tabellen, en nog een wordfile met daarin de tabellen geplakt, alsmede alle onderschriften van de tabellen en figuren. Ik heb deze week ook net mijn vierde artikel ingediend, en daar moest het weer allemaal anders, dus het is altijd goed opletten hoe ze het willen hebben, en uiteindelijk heb je dus allerlei verschillende versies (met tabellen, zonder tabellen, met auteurs, zonder auteurs, in het gevraagde lettertype, etc.).

Uiteindelijk is het allemaal mooi opgemaakt, met de tabellen en figuren in de tekst. Ik mag die versie echter niet delen, want er zit copyright op – en dat ligt niet bij mij. Wel mag ik de laatste versie die ik heb ingediend delen, en dat doe ik dus bij deze. Maar daar zaten dus geen figuren en tabellen in… Die heb ik gisteren geprobeerd tussen de tekst te plakken, maar word wilde niet erg meewerken en alles bleef verspringen. En omdat ik de stress en tijdsdruk van het proefschrift schrijven aardig begin te voelen, en ik negentien figuren heb, heb ik het opgegeven. In het document daarom eerst alle tekst, en achteraan de figuren en tabellen. Download het artikel hier.

O ja, wat staat er nu eigenlijk in dat artikel? Ik laat zien dat het eten van voedsel uit buurttuinen verweven is met andere activiteiten, en dat hier een verschil is tussen mensen die zelf tuinieren en mensen die eten kopen op de tuin. Mensen die zelf tuinieren, bijvoorbeeld in de volkstuin, eten vaak veel zelf-geproduceerd voedsel. Dat komt omdat ze verantwoordelijk zijn voor hun tuin, en van tuinieren houden, en dus vaak op hun tuin zijn. Het is dan makkelijk om de oogst mee naar huis te nemen. Dus: hoewel het tuinieren op zich wel veel tijd kost, is het meenemen van voedsel helemaal niet tijdrovend (want een gevolg van het tuinieren). Als mensen niet zelf hoeven te tuinieren – omdat ze de groenten kunnen kopen – wordt het bezoeken van de tuin een soort winkelen; mensen hebben geen verplichting om naar de tuin te komen en dus moeten ze het shoppen op de tuin elke keer afwegen tegen andere activiteiten. De tuin gaat dan concurreren met bijvoorbeeld de supermarkt. Mensen die niet zelf tuinieren hebben daardoor in de praktijk moeite om vaak voedsel van de tuin te eten; in het leven van alledag schiet het er soms bij in.

Optimisme over stadslandbouw

Afgelopen voorjaar hebben collega’s en ik een online enquête uitgezet onder mensen die betrokken zijn bij stadslandbouw. 102 mensen die zich op verschillende manieren en in verschillende regio’s met stadslandbouw bezighouden, hebben onze enquête ingevuld. Doel van het onderzoek was te onderzoeken hoe betrokkenen aankijken tegen stadslandbouw. Hoe staat het ervoor? Wat is de volgende stap? En wie moet die zetten?

We vroegen respondenten welk cijfer ze de huidige stadslandbouw geven; hoe vinden ze dat de stadslandbouw ervoor staat? De antwoorden laten een piek zien bij het cijfer zes, net iets meer dan de helft van de respondenten geeft een voldoende. Door een groot aantal erg lage cijfers is het gemiddelde van de cijfers toch net onvoldoende (5,2).

cijfer

We hebben respondenten ook gevraagd hoe ze de toekomst van de stadslandouw zien; veel van hen zijn daar positiever over. Het gemiddelde cijfer ligt nu bij een 7,6 met een piek bij het cijfer acht (en, toegegeven, ook een piekje bij vijf). Meer dan de helft van de respondenten geeft een acht of hoger. Respondenten zijn dus over het algemeen positief over de toekomst van stadslandbouw.

cijfer2Respondenten gaven aan dat om die acht waar te maken er vooral minder regels zouden moeten zijn, dat het (beter) mogelijk moet zijn een inkomen uit stadslandbouw te halen, en dat er meer bekendheid moet zijn voor stadslandbouw en haar bijdrage aan de maatschappij – vooral door het inzetten van boegbeelden. Ze vinden dat de overheid verschillende partijen moet verbinden en dat burgers en ondernemers in actie moeten komen om op die manier stadslandbouw’s beloftes waar te maken.

Er is nog meer te zeggen over onze enquete, maar dat kun je allemaal lezen in onze korte factsheet, die je hier kunt downloaden.

Ås – resultaten

Vorige week zat ik nog middenin mijn veldwerk in Ås; nu zit ik alweer op kantoor in Lelystad! De laatste week in Noorwegen was hard werken; ik heb veel interviews gedaan en het eindrapport geschreven, waar ik op het vliegveld de laatste hand aan heb gelegd (goed getimed, al zeg ik het zelf). In dit blog tijd om de voornaamste resultaten ook met jullie te delen.

Er zijn volkstuinders te vinden in alle segmenten van de Oslo’se samenleving. Ze zijn er in hippe buurten – goed opgeleide jonge stellen die met hun kinderen, hun vrienden en een kop koffie genieten van het groen middenin de stad. En ze zijn er in de wijken verder van het centrum, waar mensen wonen die naar Noorwegen zijn gekomen vanuit andere landen, soms gevlucht voor een oorlog, die groente kweken uit hun thuisland en vaak dagelijks op de tuin te vinden zijn.

parsellhager

 De plek van de twee tuinen; de twee rode stippen 

Ondanks hun verschillen hebben deze tuinders veel overeenkomsten. Ze voelen zich bijna allemaal gezonder vanwege de tuin, zowel fysiek als mentaal. Ze wisselen kennis over nieuwe gewassen of teelttechnieken uit en delen hun oogst. Ze maken allemaal geregeld een praatje met andere tuinders, en leren een aantal van hen beter kennen. Het kweken van groenten is voor bijna allemaal een onlosmakelijk onderdeel van de volkstuin-ervaring. Hoewel de mate waarin mensen van hun tuin eten varieert zou voor veel respondenten de volkstuin niet hetzelfde zijn zonder de groenten. Hetzelfde geldt voor de sociale contacten op de tuin. De waarde van deze contacten en de mate waarin tuinders vrienden maken varieert. Maar alle tuinders ontmoeten en praten met anderen, vragen anderen voor hulp en advies, en waarderen het feit dat ze (althans tot op zekere hoogte) onderdeel van een ‘tuin-gemeenschap’ zijn.

Ik vond echter ook een aantal verschillen tussen de tuinders. Er is een groep mensen voor wie de tuin vooral een recreatieve ruimte is; het is als het ware een verlengstuk van hun huis. Ze vieren hun verjaardag in de tuin en nodigen er vrienden uit om een biertje te drinken. De tuin is dus een plek waar mensen leuke dingen doen met de sociale contacten die ze al hebben. Deze groep vindt het wel leuk om andere tuinders te kennen en te groeten, en om hulp te kunnen vragen, maar het is niet erg belangrijk voor hen; slechts een klein aantal anderen wordt als vriend beschouwd. Hetzelfde geldt voor de oogst; respondenten vinden het leuk om groente te verbouwen maar het gaat meer om tuinieren als activiteit dan om de resultaten van die activiteit. Met andere woorden, geteelde groenten zijn ‘een extraatje’ bij de maaltijd.

IMG_2068

Een andere groep tuinders schetst een ander beeld. Ten eerste spelen de groenten een grotere rol in hun dieet; zij eten veel meer van hun volkstuin. Ten tweede is de tuin de plek waar ze hun vrienden – velen van hen ook tuinders – en familie uitnodigen. In dat opzicht is dat vergelijkbaar met de eerste groep. Ze doen dit echter veel vaker; sommige mensen zijn elke dag op de tuin en het grootste deel van hun sociale leven speelt zich er af. In de woorden van één van onze respondenten:

‘Voor veel mensen is dit een fijne plek. Hun alternatief is om alleen thuis te zitten en niets te doen. Sommige mensen komen hier zelfs als het regent, ze gaan hier gewoon zitten en thee drinken.’

IMG_2103

Voor deze groep is de tuin is dus ook een recreatieve plek, maar het belang ervan is veel groter dan voor de eerste groep, net zoals het belang van de groenten voor hen ook groter is. Voor beide groepen lijkt het er op dat de focus van de tuin niet op de groenten ligt, maar op recreatie. Desalniettemin wil ik de waarde van het kweken van je eigen groenten niet onderschatten, want er is bijna iets ‘magisch’ aan, zoals blijkt uit de woorden van een respondent:

‘Ik had mijn eigen broccoli geteeld en de smaak en de kwaliteit waren ongelooflijk. Het was echt een aha-erlebnis. Ik wist dat natuurlijk wel, maar de ervaring was gewoon ongelooflijk.’

Overigens is het niet zo dat de ene groep tuinders alleen op de ene tuin te vinden is en de andere alleen op de andere tuin; beide groepen zijn op beide volkstuinen uit mijn onderzoek vertegenwoordigd, hoewel niet in gelijke mate.

Ås, deel 2

Wat gaat de tijd snel zeg. Ik ben alweer twee weken in Norrwegen; nog maar één week om mijn korte wetenschappelijke missie af te ronden. Gelukkig heb ik in die twee weken al heel wat gedaan. Ten eerste heb ik mijn beide case studies bezocht. Twee volkstuinen, de ene in een gentrificerende wijk niet ver van het centrum van Oslo, de ander in Oslo Oost, waar veel sociale huurwoningen zijn en bijna 50% van de inwoners immigrant is. Bij beide tuinen had ik voor vertrek een online enquête uitgezet, en met hulp van mijn contactpersonen emails gestuurd naar de tuinders.

IMG_2080

In het geval van Geitmyra, de volkstuin nabij het centrum, leidde dat al snel tot 36 respondenten. Ook vond ik via de enquête respondenten voor interviews. Ik heb ondertussen vier tuinders geïnterviewd, en heb nog twee gesprekken gepland staan. Gaat voorspoedig dus!

IMG_2078

Bij de andere tuin, Nedre Stovner, gaat het wat minder makkelijk, al ligt dat niet aan de hulpvaardigheid van de mensen. Veel tuinders hebben geen emailadres dus de online enquête leverde niet zoveel op. Mijn contactpersoon had al wel papieren versies uitgedeeld en toen ik vorige week langskwam kon ik daar een aantal van ophalen (wat een service!), al is het aantal ingevulde enquêtes nog relatief laag. Het invullen is voor sommige mensen best moeilijk, en ze vinden het veel vragen.

IMG_2094

Het is bovendien lastig dat niet iedereen Noors spreekt. Omdat veel mensen ook geen Engels spreken, is het moeilijk respondenten voor de interviews te vinden. Gelukkig heb ik hulp gekregen van informele vertalers, zodat ik samen met mensen enquêtes heb ingevuld, waardoor dat een soort interviews werden. Aankomende week ga ik nog maar eens naar de tuin om meer mensen te proberen te spreken.

IMG_2112Overigens ga ik waarschijnlijk geen vergelijking maken tussen de twee tuinen, maar de antwoorden samenvoegen; Geitmyra kent ook een groep immigranten, maar die lijken niet op de enquête gereageerd te hebben. Ik heb ze ook niet in de interviews gesproken. Dit is nu juist de groep die ik op Nedre Stovner bereik, dus samen kunnen ze wellicht iets vertellen over volkstuinen in Oslo in het algemeen.

Bilder 2014 305

Hoewel de volkstuinen in Oslo vergelijkbaar zijn met die in Nederland zien ze er wel een beetje anders uit. In Nederland zijn de tuintjes vaak afgescheiden met heggen of hekken. In Oslo zijn de plotjes minder duidelijk gescheiden, vaak alleen met een touwtje, of een loopplank. Bovendien zijn de looppaden van gras en zie je veel minder strak aangelegde tuintjes. Het geeft de tuin een weelderige uitstraling. Interessant is ook dat Noorwegen twee soorten volkstuinen kent; parsellhagen en kolonihagen. Het verschil is dat tuinders op parsellhagen geen hutjes of huisjes mogen plaatsen (ze hebben soms wel partytenten), terwijl tuinders dat op kolonihagen wel mogen.

IMAG0828

In de tweede week van mijn tijd hier kwam mijn gezin langs, erg gezellig! Na het werk en in het weekend konden we de toerist uithangen. Overdag vermaakten ze zichzelf. Ook zijn ze een keer mee geweest naar de tuin, toen ik interviews ging doen. Gelukkig bood de tuin voor hen ook wel wat vermaak, kijk maar naar bovenstaande foto 😉

Resultaten onderzoek volkstuinen

Dit voorjaar heb ik een Erasmus (= Europees uitwisselingsprogramma) studente uit Griekenland begeleid. Fenia deed onderzoek naar volkstuinen in Nederland en is momenteel bezig met een vergelijkend onderzoek in Griekenland. Tijd haar resultaten te delen (ze weet er van!).

Fenia’s onderzoeksvraag luidde: ‘What is the difference between gardeners (of allotments and /or community gardens) in the Netherlands and Greece, with respect to the building of contacts between gardeners, the role of fences and agricultural methods used?’ Het klinkt misschien als een gekke verzameling – contacten tussen tuinders, de rol van hekken en productiemethoden – maar dat heeft te maken met de interesses van haar begeleiders (ik dus, en haar begeleider in Griekenland), en die van haarzelf. Ach, en waarom niet.

20140530_150952

Het bleek nog erg moeilijk om in de korte tijd die ze hier was (drie maanden) een geschikte volkstuin als case study te vinden. Volkstuinen die ze benaderde reageerden niet of konden haar niet verder helpen. Daarom is Fenia maar gewoon naar verschillende tuinen gegaan – in Wageningen, Rotterdam, Utrecht, Rijswijk, Delft en Bennekom – en heeft ze daar tuinders aangesproken. Ze had een vragenlijst in het Engels, maar had ook een versie in het Nederlands. Ook had ze een online versie gemaakt, om op die manier ook mensen die geen tijd hadden over te halen hem in te vullen. In totaal heeft ze 32 respondenten gevonden (waaronder 9 studenten op een ander soort community garden).

20140530_151336

De voornaamste conclusies op een rij (deze gegevens zijn inclusief die 9 studenten; uitgesplitste resultaten zijn beschikbaar):

Sociale relaties: 

  • Redenen om een tuin te nemen waren hobby, gezondheid, buiten zijn en het hebben van tijd. Economische en sociale redenen waren minder belangrijk:

fenia8

  • Hoewel mensen dus niet bij de tuin kwamen omdat ze anderen wilden ontmoeten, gebeurt dat in de praktijk wel: 97% van de respondenten gaf aan meer sociale relaties te hebben gekregen door de tuin:

fenia1

  • De meeste respondenten gaven aan een hek rondom hun tuin te hebben. De belangrijkste redenen daarvoor waren dat die hekken er al waren toen ze de tuin kregen, ter bescherming en om privacyredenen. Overigens ervoeren sommige respondenten het niet als een hek; sommigen gaven aan geen hek te hebben, terwijl Fenia wel degelijk een heg of een andere afscheiding zag.
  • 78% van de respondenten voelt zich gezonder sinds hij/zij een tuin heeft

fenia5

Productiemethoden:

De meeste respondenten zijn milieuvriendelijk bezig. Ze gebruiken geen chemische insecticiden. Ze gebruiken dierlijke mest of biologische kunstmest en wieden het onkruid met de hand.

fenia 2

fenia3

fenia4

Tot zover een korte samenvatting. Ik ben nu benieuwd naar de resultaten uit Griekenland, maar Fenia is nog bezig met de enquetes aldaar. Als iemand meer wil weten, benader me dan gerust.

Magazine Voedsel Verbindt

Deze keer schaamteloze zelfpromotie. 🙂 Ik sta met een interview in ‘Werkplaats’ van de Koninklijke Nederlandse Heidemaatschappij (zij begeleidt bewoners bij de verbetering van hun buurt of wijk en één van de thema’s waar ze zich op richt is stadslandbouw). Ik kende dit tijdschrift wel omdat er regelmatig artikelen in staan over stadslandbouw of gerelateerde onderwerpen. Laatst stond er bijvoorbeeld een stuk in over Tuin aan de Maas, één van de cases uit mijn onderzoek. De laatste uitgave gaat over de verbindende rol van voedsel. Ik werd gevraagd voor een interview en zo kwam er ineens een journalist bij me thuis. Een paar weken later moesten er zelfs heuse foto’s gemaakt worden. Zoiets had ik nog nooit meegemaakt en eerlijk gezegd vond ik het best spannend. En ook wel een beetje stoer.

Het gesprek met de journalist (Geert van Duinhoven) zette me zelf ook aan het denken, want hij stelde me vragen over hoe ik stadslandbouw zie en welke impact het heeft. Vragen waar ik aan het begin van mijn promotie nog geen antwoord op had. En natuurlijk heb ik nog steeds de waarheid niet in pacht, maar ik heb wel het gevoel dat ik na vier jaar promotieonderzoek in elk geval een ‘estimated guess’ kan doen. Dat is ook nodig, want als ik straks mijn thesis ga schrijven dan zal ik ook wat breder moeten kijken dan alleen naar mijn eigen zeven cases en de specifieke vragen die ik daar heb gesteld.

Download hier Werkplaats (mijn interview staat op pagina 10). Overigens staat op pagina 14 een gesprek met Gosse Haarsma, waar ik zelf laatst ook nog over schreef. En Wayne Roberts, wie ik twee jaar geleden op de Dag van de Stadslandbouw in het oor moest fluisteren, staat op pagina 20. De stadslandbouwwereld is klein.

Doarpstún wint prijs

De Doarpstún, één van de tuinen uit mijn onderzoek, is icoonproject 2014 van Groen Dichterbij geworden voor de provincie Friesland.

Groen Dichterbij is een campagne van onder andere IVN en het Oranje Fonds, en wordt gefinancierd door de Postcode Loterij. Op de site van Groen Dichterbij kunnen groene buurtprojecten zich presenteren en een oproep doen voor vrijwilligers of materiaal. “Groen Dichterbij stimuleert bewoners van buurten of wijken om samen hun omgeving te vergroenen. ‘Groen’ is hierbij het middel om de betrokkenheid en samenhang in de buurt te versterken. Dit doet Groen Dichterbij door het bevorderen van (digitale) uitwisseling, het organiseren van ontmoetingen voor groene buurtprojecten en door potentiële initiatiefnemers te enthousiasmeren zelf aan de slag te gaan” (www.dedoarpstun.nl, klik ook voor hun eigen nieuwsbericht).Eind november heeft Groen Dichterbij 12 nieuwe icoonprojecten gekozen, voor elke provincie één. De Doarpstún is daarbij verkozen tot icoonproject voor Friesland. Van harte!

Naast de titel krijgen de icoonprojecten inhoudelijke en financiële ondersteuning. De tuin heeft eind januari €15.000 in ontvangst mogen nemen. Voor zover ik weet is nog niet besloten wat met het geld gaat gebeuren maar zijn er al wel enkele ideeën voor. Bovendien kan het sowieso een bijdrage leveren aan het structurele voortbestaan van de tuin, volgens de nieuwsbrief. Want een niet-commercieel project als de Doarpstún kan natuurlijk altijd geld gebruiken!

Overigens was de Cupidohof, één van de drie nieuwste tuinen uit mijn onderzoek, icoonproject voor Flevoland in 2013. Op de Groen Dichterbij site is een leuk filmpje over de tuin te vinden.

Enquête de Cupidohof – sociale samenhang

Na mijn blogjes over de resultaten van een enquête op Tuin aan de Maas en een enquête op Buurtmoestuin de Trompenburg is het tijd voor de resultaten van de laatste nieuwe tuin in mijn onderzoek, de Cupidohof in Almere Poort. Eén van de drijvende krachten achter deze tuin heeft ongeveer honderd emails verstuurd naar mensen die (in meer of mindere mate) bij de tuin betrokken zijn en ze gevraagd een online enquête in te vullen. Dit heeft 19 ingevulde enquêtes opgeleverd (de resultaten van de enquête gaan dus over die 19 respondenten, niet over alle betrokkenen).

Algemeen

  • Meer dan de helft van de respondenten is sinds het begin  – 2011 – bij de tuin betrokken.
  • Van alle tuinen in mijn onderzoek zijn de deelnemers aan de Cupidohof het jongst; bijna de helft van de respondenten is tussen de 25 en 34 jaar oud en 10% is nog jonger. Dit komt waarschijnlijk omdat de Cupidohof in een nieuw ontwikkelde wijk ligt, waar de gemiddelde leeftijd sowieso laag is. Het geeft in elk geval een heel ander beeld dan in de rest van mijn onderzoek; niemand van de respondenten is ouder dan 55, terwijl dit juist een grote groep is op veel andere tuinen .
  • Alle respondenten wonen vlakbij de tuin, namelijk in de vier straten die rondom de tuin gelegen zijn.
  • Op de vraag hoe vaak men de tuin bezoekt lopen de antwoorden erg uiteen, zie figuur 1. De meeste respondenten komen er één of twee keer per week.

figuur 1Figuur 1: Hoe vaak bezoekt u de tuin?

Redenen om bij de tuin betrokken te zijn

De enquête vroeg ook waarom mensen bij de tuin zijn betrokken; mensen konden maximaal 3 redenen kiezen uit een lijst van 20. Hieruit blijkt dat mensen het vooral belangrijk vinden dat de tuin behouden blijft (44%). De antwoorden laten ook zien waarom mensen dat belangrijk vinden: respondenten willen nieuwe mensen in de wijk leren kennen en initiatieven in de buurt steunen (beide 33%). Ook gaven mensen aan dat ze meer tijd willen doorbrengen met mensen in de wijk (22%), dat het ze gezellig leek en dat ze de tuin een leuke plek vinden om naar toe te gaan (beide 17%). Niemand vulde in dat ze zelf groenten willen verbouwen omdat ze die gezonder, lekkerder of goedkoper vinden, of omdat die biologisch zijn. Het gaat de mensen in de Cupidohof dus meer om het sociale aspect van de tuin dan om de daadwerkelijke oogst. Desalniettemin is het aspect ‘buiten’ ook belangrijk; mensen willen hun kinderen iets leren over de natuur (33%), vinden de tuin een leuke manier om buiten te zijn en zeggen dat ze het leuk vinden om te tuinieren (beide 17%). Deze antwoorden lijken allemaal erg op de resultaten van de Tuin aan de Maas.

Contacten op de tuin 

De meeste respondenten werken vooral tegelijk met anderen op de tuin (82%). Bovendien maken de meeste respondenten (72%) ook vaak een praatje met een andere tuinder wanneer ze aan het werk zijn. De grote meerderheid van de respondenten heeft een buurtfeest bezocht en bijna de helft is wel eens bij een vergadering geweest. Figuur 2 laat zien hoeveel mensen de respondenten kennen op de Cupidohof (de meesten 5 tot 9) en hoeveel van die mensen zij dankzij de Cupidohof kennen (de meesten 3 of 4).

figuur 2

Figuur 2: Hoeveel mensen kent u op de Cupidohof, en hoeveel hebt u er dankzij de Cupidohof leren kennen?

Uit de enquête blijkt bovendien dat de Cupidohof een belangrijke rol speelt voor de samenhang in de buurt: 100% van de respondenten was het met deze stelling eens. Die sociale rol spreekt ook uit een andere vraag; we vroegen respondenten welke van een aantal uitspraken voor hen van toepassing zijn. Meer dan drie kwart van de respondenten gaf aan dat het wonen in de buurt leuker is geworden door betrokken te zijn bij de tuin, bijna drie kwart stelde dankzij de Cupidohof meer mensen in de buurt te hebben leren kennen en bijna de helft vindt het leuk naar de tuin te gaan omdat ze er mensen kennen. Bovendien zegt een derde van de respondenten meer geïntegreerd te zijn geraakt in de buurt en/of een groter sociaal netwerk te hebben gekregen. Voor meer dan een derde vervult de Cupidohof een belangrijke sociale rol, 84% zegt dat er een prettige sfeer hangt op de tuin. Niemand gaf aan het sociale aspect van de tuin niet belangrijk te vinden. Opnieuw lijken deze antwoorden erg op de resultaten van de Tuin aan de Maas.

Voedsel

Tenslotte stelden we ook vragen over het voedsel dat op de Cupidohof wordt verbouwd. Daaruit blijkt dat mensen maar weinig van de tuin eten, zie ook figuur 3.

figuur 3

Figuur 3: Hoe vaak eet u van de tuin?

Redenen die mensen hebben om wel van de tuin te eten zijn vooral dat de groenten biologisch zijn (58%), dat ze lekker zijn (50%) en omdat ze lokaal verbouwd zijn (42%). Bovendien vindt een derde van de respondenten het wel makkelijk, zo dichtbij. De invloed van de tuin op het dieet is verder beperkt. We vroegen mensen of ze bijvoorbeeld meer biologisch zijn gaan eten sinds ze bij de Cupidohof betrokken zijn, of in de supermarkt meer letten op wat ze kopen, maar de meeste mensen geven aan dat de tuin hun voedselpatroon niet beïnvloedt.

Tot zover een korte samenvatting van de resultaten. Benader me gerust voor meer informatie.