Eindrapport onderzoek Ås

Ik schreef al eerder over de bevindingen van mijn onderzoek naar volkstuinen in Oslo, dat ik deed toen ik deze zomer gestationeerd was bij het Noorse instituut voor Bos en Landschap in Ås. Toen was het eindrapport echter nog niet klaar. Dat is nu wel zo. Het is inmiddels goedgekeurd door het Europese project dat mijn reis en verblijf heeft betaald (COST Action Urban Allotment Gardens in European Cities – TU1201) en op hun site geplaatst. Hier ook maar even een linkje.

Advertenties

Ås – resultaten

Vorige week zat ik nog middenin mijn veldwerk in Ås; nu zit ik alweer op kantoor in Lelystad! De laatste week in Noorwegen was hard werken; ik heb veel interviews gedaan en het eindrapport geschreven, waar ik op het vliegveld de laatste hand aan heb gelegd (goed getimed, al zeg ik het zelf). In dit blog tijd om de voornaamste resultaten ook met jullie te delen.

Er zijn volkstuinders te vinden in alle segmenten van de Oslo’se samenleving. Ze zijn er in hippe buurten – goed opgeleide jonge stellen die met hun kinderen, hun vrienden en een kop koffie genieten van het groen middenin de stad. En ze zijn er in de wijken verder van het centrum, waar mensen wonen die naar Noorwegen zijn gekomen vanuit andere landen, soms gevlucht voor een oorlog, die groente kweken uit hun thuisland en vaak dagelijks op de tuin te vinden zijn.

parsellhager

 De plek van de twee tuinen; de twee rode stippen 

Ondanks hun verschillen hebben deze tuinders veel overeenkomsten. Ze voelen zich bijna allemaal gezonder vanwege de tuin, zowel fysiek als mentaal. Ze wisselen kennis over nieuwe gewassen of teelttechnieken uit en delen hun oogst. Ze maken allemaal geregeld een praatje met andere tuinders, en leren een aantal van hen beter kennen. Het kweken van groenten is voor bijna allemaal een onlosmakelijk onderdeel van de volkstuin-ervaring. Hoewel de mate waarin mensen van hun tuin eten varieert zou voor veel respondenten de volkstuin niet hetzelfde zijn zonder de groenten. Hetzelfde geldt voor de sociale contacten op de tuin. De waarde van deze contacten en de mate waarin tuinders vrienden maken varieert. Maar alle tuinders ontmoeten en praten met anderen, vragen anderen voor hulp en advies, en waarderen het feit dat ze (althans tot op zekere hoogte) onderdeel van een ‘tuin-gemeenschap’ zijn.

Ik vond echter ook een aantal verschillen tussen de tuinders. Er is een groep mensen voor wie de tuin vooral een recreatieve ruimte is; het is als het ware een verlengstuk van hun huis. Ze vieren hun verjaardag in de tuin en nodigen er vrienden uit om een biertje te drinken. De tuin is dus een plek waar mensen leuke dingen doen met de sociale contacten die ze al hebben. Deze groep vindt het wel leuk om andere tuinders te kennen en te groeten, en om hulp te kunnen vragen, maar het is niet erg belangrijk voor hen; slechts een klein aantal anderen wordt als vriend beschouwd. Hetzelfde geldt voor de oogst; respondenten vinden het leuk om groente te verbouwen maar het gaat meer om tuinieren als activiteit dan om de resultaten van die activiteit. Met andere woorden, geteelde groenten zijn ‘een extraatje’ bij de maaltijd.

IMG_2068

Een andere groep tuinders schetst een ander beeld. Ten eerste spelen de groenten een grotere rol in hun dieet; zij eten veel meer van hun volkstuin. Ten tweede is de tuin de plek waar ze hun vrienden – velen van hen ook tuinders – en familie uitnodigen. In dat opzicht is dat vergelijkbaar met de eerste groep. Ze doen dit echter veel vaker; sommige mensen zijn elke dag op de tuin en het grootste deel van hun sociale leven speelt zich er af. In de woorden van één van onze respondenten:

‘Voor veel mensen is dit een fijne plek. Hun alternatief is om alleen thuis te zitten en niets te doen. Sommige mensen komen hier zelfs als het regent, ze gaan hier gewoon zitten en thee drinken.’

IMG_2103

Voor deze groep is de tuin is dus ook een recreatieve plek, maar het belang ervan is veel groter dan voor de eerste groep, net zoals het belang van de groenten voor hen ook groter is. Voor beide groepen lijkt het er op dat de focus van de tuin niet op de groenten ligt, maar op recreatie. Desalniettemin wil ik de waarde van het kweken van je eigen groenten niet onderschatten, want er is bijna iets ‘magisch’ aan, zoals blijkt uit de woorden van een respondent:

‘Ik had mijn eigen broccoli geteeld en de smaak en de kwaliteit waren ongelooflijk. Het was echt een aha-erlebnis. Ik wist dat natuurlijk wel, maar de ervaring was gewoon ongelooflijk.’

Overigens is het niet zo dat de ene groep tuinders alleen op de ene tuin te vinden is en de andere alleen op de andere tuin; beide groepen zijn op beide volkstuinen uit mijn onderzoek vertegenwoordigd, hoewel niet in gelijke mate.

Ås, deel 2

Wat gaat de tijd snel zeg. Ik ben alweer twee weken in Norrwegen; nog maar één week om mijn korte wetenschappelijke missie af te ronden. Gelukkig heb ik in die twee weken al heel wat gedaan. Ten eerste heb ik mijn beide case studies bezocht. Twee volkstuinen, de ene in een gentrificerende wijk niet ver van het centrum van Oslo, de ander in Oslo Oost, waar veel sociale huurwoningen zijn en bijna 50% van de inwoners immigrant is. Bij beide tuinen had ik voor vertrek een online enquête uitgezet, en met hulp van mijn contactpersonen emails gestuurd naar de tuinders.

IMG_2080

In het geval van Geitmyra, de volkstuin nabij het centrum, leidde dat al snel tot 36 respondenten. Ook vond ik via de enquête respondenten voor interviews. Ik heb ondertussen vier tuinders geïnterviewd, en heb nog twee gesprekken gepland staan. Gaat voorspoedig dus!

IMG_2078

Bij de andere tuin, Nedre Stovner, gaat het wat minder makkelijk, al ligt dat niet aan de hulpvaardigheid van de mensen. Veel tuinders hebben geen emailadres dus de online enquête leverde niet zoveel op. Mijn contactpersoon had al wel papieren versies uitgedeeld en toen ik vorige week langskwam kon ik daar een aantal van ophalen (wat een service!), al is het aantal ingevulde enquêtes nog relatief laag. Het invullen is voor sommige mensen best moeilijk, en ze vinden het veel vragen.

IMG_2094

Het is bovendien lastig dat niet iedereen Noors spreekt. Omdat veel mensen ook geen Engels spreken, is het moeilijk respondenten voor de interviews te vinden. Gelukkig heb ik hulp gekregen van informele vertalers, zodat ik samen met mensen enquêtes heb ingevuld, waardoor dat een soort interviews werden. Aankomende week ga ik nog maar eens naar de tuin om meer mensen te proberen te spreken.

IMG_2112Overigens ga ik waarschijnlijk geen vergelijking maken tussen de twee tuinen, maar de antwoorden samenvoegen; Geitmyra kent ook een groep immigranten, maar die lijken niet op de enquête gereageerd te hebben. Ik heb ze ook niet in de interviews gesproken. Dit is nu juist de groep die ik op Nedre Stovner bereik, dus samen kunnen ze wellicht iets vertellen over volkstuinen in Oslo in het algemeen.

Bilder 2014 305

Hoewel de volkstuinen in Oslo vergelijkbaar zijn met die in Nederland zien ze er wel een beetje anders uit. In Nederland zijn de tuintjes vaak afgescheiden met heggen of hekken. In Oslo zijn de plotjes minder duidelijk gescheiden, vaak alleen met een touwtje, of een loopplank. Bovendien zijn de looppaden van gras en zie je veel minder strak aangelegde tuintjes. Het geeft de tuin een weelderige uitstraling. Interessant is ook dat Noorwegen twee soorten volkstuinen kent; parsellhagen en kolonihagen. Het verschil is dat tuinders op parsellhagen geen hutjes of huisjes mogen plaatsen (ze hebben soms wel partytenten), terwijl tuinders dat op kolonihagen wel mogen.

IMAG0828

In de tweede week van mijn tijd hier kwam mijn gezin langs, erg gezellig! Na het werk en in het weekend konden we de toerist uithangen. Overdag vermaakten ze zichzelf. Ook zijn ze een keer mee geweest naar de tuin, toen ik interviews ging doen. Gelukkig bood de tuin voor hen ook wel wat vermaak, kijk maar naar bovenstaande foto 😉

Ås – Wageningen in het klein

Afgelopen zondag ben ik naar Ås afgereisd, een plaatsje op ongeveer een half uur van Oslo. Ik ben hier voor een zogenaamde Short Term Scientific Mission. Dat klinkt erg gewichtig, maar het is eigenlijk gewoon een soort ‘stage’ binnen een Europees uitwisselingsproject (zie mijn eerdere blog over dit project). Ik heb gereageerd op een vraag van iemand van de gemeente Oslo en iemand van het Norwegian Forest and Landscape Institute, die aangaven meer inzicht te willen in volkstuinen in Oslo. Omdat dat precies bij mijn onderzoek past, leek dat me net iets voor mij. Dus nu ben ik hier drie weken om dat uit te voeren. Een mooie kans om mijn buitenlandse netwerk te vergroten en mijn eigen onderzoeksresultaten iets meer in perspectief te zetten.

Ik ben dus gestationeerd in Ås, waar het onderzoeksinstituut is gehuisvest. Ås heeft wel wat weg van Wageningen. Althans, het is ook klein en er zitten een university of life sciences en meerdere onderzoeksinsituten. Vandaag heb ik even op de campus rondgefietst en dat ziet er echt schitterend uit. Het heeft bijna iets Amerikaans, met de grote glooiende grasvelden, en grote roodstenen en witte houten gebouwen (nauwelijks studenten te bekennen trouwens, maar dat kan aan de vakantie liggen). Het is jammer dat ik zo’n slechte fotograaf ben, maar de foto’s geven wel een beetje een indruk.

20140819_133000

20140819_133105

20140819_133026

20140819_133439

Ik zit niet bij de universiteit, maar bij het Noorse onderzoeksinstituut voor bos en landschap. Dat verhoudt zich ongeveer net zo tot de universiteit van Ås als PPO tot Wageningen Universiteit. Zelfs de sfeer is vergelijkbaar. Net als bij ons in Lelystad wordt er ’s ochtends samen koffie gedronken, en waar je in onze kantine je naam op een briefje mag laten schrijven als je geen geld bij je hebt, koop je hier een papieren kaart waar je de bedragen die je uitgeeft zelf op af moet strepen. Verder is iedereen hier ook erg vriendelijk. Ik wordt meegevraagd als ‘mijn sectie’ gaat lunchen en vandaag was er zelfs taart omdat er iemand vijftig werd. Ook kan ik een fiets lenen waarmee ik naar mijn ‘huis’ kan fietsen, dat trouwens heerlijk dichtbij is. Ik voel me al helemaal thuis 🙂

Het onderzoeksinstituut:

20140817_185201

In één van deze gebouwen logeer ik:

20140817_191015

Ås is overigens wel veel kleiner dan Wageningen. Er wonen zo’n 8000 mensen, heb ik me laten vertellen. Het centrum is piepklein, met niet meer dan een paar supermarkten en een handvol winkels. Verder is het hier ontzettend groen, heeft iedereen een tuin en zie je veel van die houten huizen in Scandinavische stijl. En het is heel heel rustig. Als je hier een paar dagen bent lijkt het wel alsof de rest van de wereld niet bestaat. Nergens ligt afval, alles is mooi groen, mensen lopen en fietsen, nergens zwervers, geen geschreeuw of sirenes, je kunt je niet voorstellen dat alles wat er in de kranten staat echt gebeurt, ergens ‘out there’. (Hoewel, als je een beetje into de Scandinavische crimi’s bent, kun je je hier ook van allerlei gruwelijke misdrijven voorstellen.) Maar, ook hier zitten guerilla gardeners:

20140817_185304
Volgende keer meer over wat ik hier aan het doen ben!

Asum stadstuin

Afgelopen zondag heb ik gesproken met Gosse Haarsma, eigenaar van Asum stadstuin. Deze stadstuin ligt op de oude terp van Techum, een nieuwe wijk vlakbij Leeuwarden. Het concept achter de stadstuin is gebaseerd op dat van de Nieuwe Ronde in Wageningen. Gosse onderhoudt de tuin (van iets meer dan een hectare); hij verbouwt allerlei groenten, kruiden, bloemen en kleinfruit, zonder bestrijdingsmiddelen. Leden van de tuin oogsten hun eigen groenten. Voor €200 per persoon per jaar kan iemand net zoveel groente en fruit meenemen als hij nodig heeft. Kinderen onder de 5 zijn gratis, kinderen tussen de 5 en 12 jaar kosten €100. Een bloemenabonnement kost €50.

IMG_20140304_102217

De tuin gaat dit jaar het tweede seizoen in en Gosse start het met 70 abonnees. Voor hij begon had hij 40 leden, dat werden er 80 gedurende het eerste jaar. Omdat een aantal is afgevallen (oogsten blijkt voor sommige mensen toch te veel tijd te kosten) kan hij nu dus met 70 beginnen – doel is tot 150 te groeien. Volgens Gosse is 60 leden het absolute minimum; dat aantal is nodig om de eerste investeringen te kunnen doen (en bovendien moet Gosse hier natuurlijk ook van leven). Ik vind het erg knap dat hij al in het eerste jaar dit minimum heeft bereikt. Natuurlijk is €200 euro niet veel als je bedenkt dat je daar een jaar lang biologische groenten en fruit voor hebt (reken maar eens uit wat je per week kwijt bent in de supermarkt) maar het is toch een gok om dit bedrag uit te geven aan een stadstuinder die zich nog moet bewijzen.

IMG_20140304_102356

Maar goed, Gosse had dan al wel veel ervaring; hij is begonnen als vrijwilliger op Doarpstun. Deze tuin ligt ook in Leeuwarden en is een van de tuinen uit mijn onderzoek. Hier werkte hij twee jaar vijf dagen in de week om ervaring op te doen en het vak van stadsboer te leren. Op die manier heeft hij zijn geloofwaardigheid op kunnen bouwen en de juiste mensen leren kennen om te kunnen starten, bijvoorbeeld bij de gemeente. Hij is nu een bekend gezicht in de ‘stadslandbouwwereld’ van Leeuwarden.

Wat wellicht ook helpt is dat de tuin in een nieuwe wijk is gelegen. In zo’n nieuwbouwwijk wonen vaak veel jonge gezinnen die hun kinderen iets willen leren over het verbouwen van voedsel, en hun gezin graag biologisch voeden. Overigens komt de helft van de abonnees uit Leeuwarden zelf. Een ander voordeel van een nieuwe wijk is dat het gebied nog moet worden ingericht en de huizen nog verkocht; dan is het belangrijk dat er ook iets gebeurt in zo’n wijk. Als iemand een bedrijf wil starten is dat alleen maar mooi; voor Gosse was het immers ook belangrijk dat het concept zou slagen. En dat lijkt dus gelukt; erg inspirerend vind ik dat!

Doarpstún wint prijs

De Doarpstún, één van de tuinen uit mijn onderzoek, is icoonproject 2014 van Groen Dichterbij geworden voor de provincie Friesland.

Groen Dichterbij is een campagne van onder andere IVN en het Oranje Fonds, en wordt gefinancierd door de Postcode Loterij. Op de site van Groen Dichterbij kunnen groene buurtprojecten zich presenteren en een oproep doen voor vrijwilligers of materiaal. “Groen Dichterbij stimuleert bewoners van buurten of wijken om samen hun omgeving te vergroenen. ‘Groen’ is hierbij het middel om de betrokkenheid en samenhang in de buurt te versterken. Dit doet Groen Dichterbij door het bevorderen van (digitale) uitwisseling, het organiseren van ontmoetingen voor groene buurtprojecten en door potentiële initiatiefnemers te enthousiasmeren zelf aan de slag te gaan” (www.dedoarpstun.nl, klik ook voor hun eigen nieuwsbericht).Eind november heeft Groen Dichterbij 12 nieuwe icoonprojecten gekozen, voor elke provincie één. De Doarpstún is daarbij verkozen tot icoonproject voor Friesland. Van harte!

Naast de titel krijgen de icoonprojecten inhoudelijke en financiële ondersteuning. De tuin heeft eind januari €15.000 in ontvangst mogen nemen. Voor zover ik weet is nog niet besloten wat met het geld gaat gebeuren maar zijn er al wel enkele ideeën voor. Bovendien kan het sowieso een bijdrage leveren aan het structurele voortbestaan van de tuin, volgens de nieuwsbrief. Want een niet-commercieel project als de Doarpstún kan natuurlijk altijd geld gebruiken!

Overigens was de Cupidohof, één van de drie nieuwste tuinen uit mijn onderzoek, icoonproject voor Flevoland in 2013. Op de Groen Dichterbij site is een leuk filmpje over de tuin te vinden.

(Een beetje) stadslandbouw in China

Afgelopen zaterdagavond zijn mijn vriend en ik (en de vriend met wie we op vakantie waren) teruggekomen van onze reis in China. We hebben een heerlijke tijd gehad; veel moois gezien, lekker weer, lekker eten, en ons veel kunnen verbazen over de Chinese cultuur die zo anders is dan de Nederlandse.

Eenmaal in de vakantiestemming was ik eerlijk gezegd niet zo heel veel bezig met werk, maar ik keek toch regelmatig om me heen om te zien of ik ergens een spoortje stadslandbouw kon ontwaren. Ik heb het niet veel gezien; wellicht waren we niet op de juiste plaats, maar dat weet ik niet zeker (aan de Lonely Planet heb je niet heel veel als je op zoek bent naar een community garden of een stadsboerderij). Maar ik heb toch een paar mooie foto’s kunnen maken.

Hieronder eerst een foto die we gemaakt hebben vanuit de Maglev – de magneetzweeftrein die naar het vliegveld van Shanghai rijdt. Dit is een buitenwijk van de stad, en je ziet duidelijk dat hier iets verbouwd wordt (wat, dat kon ik niet zien met meer dan 400 kilometer per uur).

China 1

En dan nog twee foto’s genomen vanuit een voormalig familiehuis in de buurt van Píngyáo. Dit is een soort ommuurd dorp dat nu alleen nog een toeristische attractie is. Als je op de muren staat kun je echter ook de huizen zien die er naast gelegen zijn. Sommige van die huizen zijn half in de rotsen gebouwd. Tussen die huizen zagen we duidelijk akkers liggen, één keer zelfs op een binnenplaats van een wat groter huis.

IMGP0022

Media 3

Ik geef toe dat het een wat magere score is, maar meer kan ik er niet van maken.

Filmpje stadslandbouwreis

Mijn collega Jan Eelco Jansma heeft een informatief filmpje gemaakt van onze stadslandbouwreis naar New York, oktober vorig jaar. Hij is zeker de moeite van het bekijken waard, want het geeft een goede indruk van wat we zoal gezien en gehoord hebben. Klik hier. Mocht je geïnspireerd raken, bij voldoende deelname organiseren we een nieuwe reis in oktober 2013.

Vorige week hadden we een reünie van de reis in Moestuin Maarschalkerweerd, in Utrecht. Tijdens de reis zelf hadden we eigenlijk wat te weinig tijd voor reflectie (je wilt zoveel mogelijk doen als je eenmaal in New York bent), dus dat hebben we nu kunnen inhalen. We hebben met elkaar gesproken over wat we verwachtten toen we vertrokken, maar vooral wat we geleerd hebben. Wat zouden we graag overnemen uit New York (de serieuze manier waarop met burgerinitiatieven wordt omgegaan, de creatieve manier van fondsenwerving, het out-of-the-box denken), en wat is in Nederland toch wel heel anders (hier hebben we geen food deserts zoals daar en niet zulke extreme armoede) en wat hebben we hier ook echt nodig (een bredere visie op voedsel in de stad, breder kijken dan de vraag wat stadslandbouw financieel oplevert)? Maar ook kwamen we tot de conclusie dat we in Nederland toch ook al best wel ver zijn. Een rondleiding over de moestuin leerde ons dat dit initiatief in New York niet had misstaan. (Mocht New York wat te ver voor je zijn, dan weet je waar je je ook kunt laten inspireren).

Stadslandbouwreis – andere blogs

Een heel kort berichtje dit keer. Na mijn vakantie en bijna meteen daarna de trip naar New York, ben ik weer gewoon aan het werk. Ik heb veel in te halen, en heb een aantal projecten die voor het einde van het jaar klaar moeten zijn nieuw leven ingeblazen.

Ondertussen denk ik natuurlijk nog vaak met plezier terug aan New York. Net als een aantal anderen die mee op reis waren weet ik nog niet precies wat we nu praktisch kunnen met alles wat we gezien en geleerd hebben, maar wie weet komt dat nog. Feit is dat we heel veel kennis en inzichten hebben opgedaan, en die komen vast van pas, ik weet alleen nog niet wanneer en hoe.

Ik ben niet de enige die blogs heeft geschreven over de reis. Hier een kort overzicht van wat anderen hebben geschreven:

En een overzicht van mijn eigen blog over de stadslandbouwreis:

Stadslandbouwreis – dag 5

De enige regenachtige dag van deze reis was meteen ook de laatste. Vandaag hadden we een keuzeprogramma, en deelde de groep zichzelf in tweeën. De ene helft ging naar het Queens Qounty Farms Museum. Ik was daar niet bij, maar heb positieve geluiden gehoord. De andere helft bezocht de High Line, een 800 meter lang park gebouwd op oude treinrails. De groene onderdelen zijn door de Nederlander Piet Oudolf ontworpen. Niet echt stadslandbouw misschien – behalve wat bessenstruiken heb ik niets eetbaars gezien – maar zeker de moeite van een bezoek waard als groen in de stad je interesse heeft. Bovendien is het interessant dat de investering in dit park zich terug heeft betaald in de vorm van hogere onroerend goed prijzen. Op sommige plekken in het park kon je de oude spoorlijn nog zien liggen, op andere was die wat meer weggewerkt. Sowieso was het park erg gevarieerd; soms liep je door een half bos, dan weer langs riet en gras, dan weer vond je grote houten trappen om op te zitten. De High Line is bovendien een erg mooie plek om de stad te bekijken; hoewel je er eigenlijk middenin zit, zweef je er ook een beetje boven.

Het park kwam uit bij de Chelsea Market, een oude overdekte hal met daarin allerlei winkeltjes en plekken om te eten. Het was er ontzettend druk, maar toch vonden de meesten van ons een gezellige plek om een broodje te eten of nog wat laatste inkopen te doen voor we in de bus naar het vliegveld stapten.

En zo vliegen vijf dagen voorbij. Ik vond het een erg mooie en inspirerende reis, waarin ik veel verschillende vormen van stadslandbouw heb gezien. Wat me is opgevallen is de diversiteit in initiatieven, van daktuin tot duurzaam gebouw en van buurttuin tot boerenmarkt. Tegelijkertijd waren er ook veel overeenkomsten. Het gebruik van betaalde stagiairs (de zogenaamde apprentices) en veel vrijwilligers, de aandacht voor educatie en het opleiden van jonge boeren, de verkoop via CSA’s, restaurants en boerenmarkten, en de grote afhankelijkheid van private fondsen. Vooral dat laatste is een groot verschil met Nederland, waar we vaak meer van de overheid en minder van particulieren afhankelijk zijn.

Als deelnemers aan de reis hebben we ook met elkaar besproken wat ons is bijgebleven. Een korte impressie:

  • De crisis in de jaren ‘70 en ’80, die stadslandbouw op een bepaalde manier mogelijk heeft gemaakt of er in elk geval een aanleiding voor is geweest
  • Hoe stadslandbouw daarmee eigenlijk noodzaak was, en dat het verbouwen van voedsel dat voor veel mensen nog steeds is
  • Het belang van fundraising (en hoe sommige partijen daar veel succesvoller in zijn dan andere)
  • De passie, het enthousiasme en de durf van de betrokkenen
  • Het feit dat zoveel mensen gewoon zelf het heft in eigen hand nemen
  • De ruimtelijke ordening die los genoeg is om dit mogelijk te maken, maar ook streng genoeg om de tuinen te laten voortbestaan
  • Het feit dat alle tuinen met dezelfde dingen worstelen, zoals distributie – hoe krijg ik voedsel op de plek van bestemming?
  • Dat we in Nederland toch eigenlijk al best wel ver zijn
  • En, voor mijn onderzoek misschien het belangrijkste, de verbindende waarde van voedsel – hoe het mensen samenbrengt – en het belang van het bezig zijn met de aarde. Zowel yuppen in Manhattan als extreem arme mensen in the Bronx komen bij hetzelfde uit; voedsel verbouwen.

Tenslotte, gezellig was het ook. Met de aanwezige diversiteit – mensen van de overheid, uit het bedrijfsleven, van woningbouwcorporaties, uit het onderwijs en het onderzoek, etc. – vormden we een levendige groep. We hebben gediscussieerd over de voor- en nadelen, de knelpunten en de succesfactoren van stadslandbouw, de verschillen tussen Amerika en Nederland en hoe nu verder. Gelachen hebben we ook, nog wel het meest om onze running gag, het ontbijt waar Guido (onze fantastische reisleider van Tripworks) iedere ochtend weer zo zijn best voor deed en waardoor hij (bij wijze van spreken) in een handgemeen met de hotelmanager belandde. Thuis maar weer aan de Brinta.