Stadslandbouwreis – dag 1

Ik ben nog maar net terug van vakantie (vandaar de stilte op deze site) en nu zit ik alweer in New York. Met 23 mensen zijn we op de studiereis stadslandbouw. Toen we gisteren na een toch nog wel lange reis in ons hotel aankwamen, ging het programma meteen van start.

We begonnen met een verhaal van Nevin Cohen van de New School, een urban planner die geïnteresseerd is in hoe voedselsystemen kunnen helpen de stad duurzamer te maken. Het was een ontzettend inspirerend verhaal, met een erg hoge informatiedichtheid. Een korte impressie:

  • Stadslandbouw is echt booming in New York.; er zijn nu meer dan 700 voedselproducerende tuinen in de stad. Bovendien blijkt er nog veel meer te gebeuren dan officieel is vastgelegd.
  • Stadslandbouw wordt gestimuleerd door zowel formele als informele processen. De informele processen – mensen beginnen gewoon met stadslandbouw – stimuleren het maken van beleid op dit gebied. Het beleid laat de mensen die zelf iets willen doen zien dat de stad er ook serieus mee bezig is, en stimuleert op haar beurt dus dat mensen er mee aan de slag gaan. Wat ook helpt, is dat stadslandbouw overal in de stad is toegestaan, vooral omdat er nooit wetgeving op dit gebied is gemaakt.
  • Een van de grootste moeilijkheden is de beschikbaarheid van voldoende goede grond en compost. Een ander probleem is de onzekerheid over land; omdat de stad weinig land bezit, wordt vaak tijdelijk braakliggend land gebruikt. Als een projectontwikkelaar het weer in gebruik wil nemen, moeten tuinen vaak verdwijnen. Dit staat goede investeringen in de weg.
  • Er zijn grofweg twee ‘stromen’ stadslandbouw. Ten eerste die in de rijkere buurten, georganiseerd door de ‘middle class white’. Dit is de hippe stadslandbouw, waar ook veel subsidies voor zijn omdat de organisatoren de juiste wegen weten te bewandelen. De andere is de stadslandbouw in de slechtere wijken, met mensen die niet weten hoe ze bij de potjes met geld moeten komen, en die stadslandbouw vooral gebruiken om structurele problemen met ongelijkheid aan te pakken.

Na dit gesprek gingen we naar de Brooklyn Grange rooftop farm. Deze daktuin is erg bekend, dus toen we op het dak stapten herkende ik het eigenlijk al van de foto’s. Het is een fantastische plek; bovenop het dak heb je een schitterend uitzicht over de stad. De tuin is 4.000 vierkante meter groot. Voor het gebouw heeft zo’n tuin veel voordelen; het houdt het gebouw koeler in de zomer en het dak gaat langer mee (en bovendien wordt er gewoon huur voor betaald). Voor de stad is een bijkomend voordeel dat de tuin veel regenwater opneemt die dus niet in het riool terecht komt. De grootste moeilijkheden zijn het vruchtbaar houden van de grond, en de wind. Daarnaast kent een daktuin alle problemen van een normale tuin – insecten, schimmels, etc. De tuin functioneert als een gewoon bedrijf; vijf mensen kunnen van deze en een bijbehorende daktuin leven. De groenten worden verkocht aan restaurants, aan particulieren via een CSA constructie (groenteabonnementen) en via boerenmarkten. Daarnaast wordt het dak verhuurd voor feestjes.

Na dit inspirerende bezoek aten we in een Italiaans restaurant en daarna gingen we allemaal vermoeid naar bed, want veel van ons waren al 24 uur wakker. Vandaag dag 2!

Advertenties

Stadslandbouw in Antwerpen

Vanuit mijn werk ben ik bij het Europese project Pure Hubs betrokken. In dat project werken verschillende partners in vier landen (Nederland, België, Duitsland en Engeland) aan het creëren van ‘hubs’. Hubs zijn plaatsen waar stad en land bij elkaar komen en waar uitwisseling tussen de twee plaatsvindt. De partners in Antwerpen bleken met een buurttuin in de wijk Luchtbal bezig te zijn. Dit project heeft overeenkomsten met de tuinen die ik in mijn promotieonderzoek bestudeer en het werk dat mijn collega en ik in Leeuwarden doen. Reden genoeg voor ons om eens naar Antwerpen af te reizen.

We waren te gast bij ’t Stad Antwerpen, die het project samen met de Boerenbond (de LTO van België) uitvoert. Het was een erg inspirerende dag. We bezochten eerst het project in Luchtbal – collier de jardins – en gingen toen lunchen bij een sociaal restaurant (vergelijkbaar met Resto van Harte in Nederland). In de middag bezochten we een ander stadslandbouwproject, biodroom. Waar het eerste project vooral sociaal was ingestoken – het bevorderen van contacten tussen mensen, zorgen voor een dagindeling, een wijkgevoel creëren – was de tweede tuin vooral gestart vanuit het idee braakliggende grond tijdelijk te gebruiken; hier speelden cultuur en creativiteit een grotere rol.

Bij het tweede project zijn veel vrijwilligers/tuinders betrokken; als ze werken krijgen ze een stempeltje, waarmee ze later de oogst kunnen ‘kopen’. In de praktijk blijkt echter dat maar weinig mensen daarvan gebruik maken. De reden daarvoor is dat de mensen de tuin als een ontmoetingsplaats zien. Het gaat niet om het tuinieren of de groente, het gaat om het gezellig samen zijn. Dat is interessant, omdat ik eerder concludeerde dat wanneer mensen tuinieren, ze ‘vanzelf’  groente meenemen; oogsten hoort immers bij het tuinieren. Dat is hier dus anders. Ten eerste omdat mensen niet komen om te tuinieren maar om elkaar te ontmoeten, ten tweede omdat ze slechts één of twee uurtjes komen tuinieren in een algemene tuin – en dus niet de verantwoordelijkheid dragen voor de tuin of haar oogst.

Wie gaat er mee naar de USA?

In oktober organiseert Wageningen UR een studiereis over stadslandbouw. Naar New York!

New York kent honderden stadslandbouwinitiatieven, variërend van stadsboerderijen tot ‘community gardens’, schoolprojecten en daktuinen. De sterke groei van het aantal projecten heeft te maken met de beschikbaarheid van ongebruikte percelen, een koopkrachtige vraag en een levendige ‘food culture’ met initiatiefrijke burgers. Bovendien bestaat er een grote behoefte aan gezond voedsel in wijken met lage inkomens, waar veel problemen zijn op het gebied van obesitas en diabetes.

New York is enerzijds misschien moeilijk te vergelijken met Nederland. Niet alleen omdat de stad zoveel groter is dan wat we hier gewend zijn, maar ook gewoon omdat de cultuur zo anders is. Anderzijds zijn er ook parallellen; hoge grondprijzen en een hoge bevolkingsdichtheid. In die zin is New York beter vergelijkbaar dan bijvoorbeeld Detroit, ook een stad met veel stadslandbouwprojecten, waar juist grote stukken van de stad leeg staan en er daarom grond in overvloed is. De problematiek is trouwens vergelijkbaar; groente voor wijken waar weinig vers voedsel te krijgen is, het leefbaar maken van de stad, ontmoetingen. Overigens promoot en ondersteunt het stadsbestuur van New York de ontwikkeling van stadslandbouw. Ook in Nederland zijn er steden die stadslandbouw willen bevorderen, al is dat in sommige steden actiever dan in andere.

Voor het thema van mijn promotieonderzoek lijkt de reis me geweldig interessant. In New York wonen mensen van uiteenlopende culturen met elkaar samen. De reis biedt me de mogelijkheid meer te weten te komen over de mate waarin die groepen elkaar tegenkomen in stadslandbouw. Ontstaan er bijvoorbeeld verbindingen tussen mensen van verschillende culturen? Of heeft elke groep juist zijn eigen community garden? Met andere woorden; in hoeverre draagt stadslandbouw bij  aan de sociale samenhang zowel tussen als binnen culturen?

Ik hoop dat ik hier meer over te weten ga komen, want of ik zelf mee ga is nog niet zeker. Als er genoeg deelnemers zijn, dan kan ik ook mee, dus fingers crossed!

P.S. Met het druivenplantje uit een eerder blog gaat het niet zo goed, hij staat er zielig bij. Iemand tips?