De laatste post

Het is lang stil geweest op deze site. Ik was met zwangerschapsverlof en maakte daardoor weinig mee op het gebied van stadslandbouw of promoveren. Maar belangrijker misschien nog; ik startte deze site als PhD student, om mijn resultaten te delen en een inkijkje te geven in wat het is om PhD’er te zijn. En ik ben geen PhD’er meer.

Ondertussen heb ik zelfs een nieuwe baan. In januari ben ik begonnen als docent bij de leerstoelgroep Rurale Sociologie (RSO), waar ik ook ben gepromoveerd. Superleuk om weer met iets nieuws bezig te zijn, en ik heb het al erg naar mijn zin. Nu ben ik vooral met (het voorbereiden van) onderwijs bezig – straks is er wellicht ook tijd voor onderzoek.

Toch heb ik besloten met dit blog te stoppen. Ik kan geen inkijkje meer geven in hoe het is om te promoveren, en ik heb voorlopig ook geen onderzoeksresultaten te delen. Mocht ik toch iets kwijt willen, heeft  RSO ook haar eigen blog. Dus bij deze, dit was het 🙂 Dank aan een ieder die mijn berichtjes heeft gelezen en/of me heeft gevolgd. Dat was super!

Tot slot, in de tussentijd heb ik een artikel gepubliceerd, in Local Environment. In het artikel vergelijken we alle zeven tuinen uit mijn onderzoek en onderzoeken we in hoeverre de manier waarop de tuin is georganiseerd van invloed is op het al dan niet versterken van sociale cohesie. We zien verschillen tussen zogenaamde ‘interest-based gardens’ en ‘place-based gardens’, maar concluderen dat buurttuinen van beide typen bijdragen aan sociale cohesie. Wel hebben tuinders op die verschillende soorten tuinen andere motivaties om te tuinieren; voor tuinders op de place-based gardens is het sociale aspect van tuinieren belangrijker. Overigens concluderen we ook dat het sociale aspect desalniettemin meerwaarde heeft voor alle tuinders – ook voor hen die hier niet specifiek gemotiveerd voor waren.

Het artikel is niet vrij beschikbaar (wel via de Wageningen bibliotheek), maar ik kan een aantal gratis downloads ‘weggeven’. Dus, mocht je het willen downloaden, klik dan hier.

Advertenties

De achtertuin

Zojuist heb ik één van mijn papers herschreven en opnieuw ingediend. Het was het laatste dat ik nog moest doen voor de vakantie en ik zag er erg tegenop. Ik kon het, na het afsluiten van mijn promotie, gewoon even niet opbrengen. Maar, het is gelukt! Nu ben ik dan ook echt toe aan vakantie. Even geen papers meer, geen verdedigingen, geen email, niks schrijven… Gewoon in de zon zitten met een boek en een o% biertje.

Dat vakantiegevoel kan ik al een beetje krijgen in de achtertuin. Eerder schreef ik wel eens over ons balkontuintje, maar die is verleden tijd. Qua groenten gebeurt er niet zoveel in onze tuin, al heeft mijn vriend twee mooie tomatenplanten opgekweekt – terwijl ik druk bezig was met het voorbereiden van mijn verdediging hield hij zich met de praktijk van het ‘gardening’ bezig. Tomaatjes zitten er nog niet aan, maar de eerste bloemen zijn gespot. Zelf ben ik vooral fan van de passiebloem. We hadden trouwens ook een aardbei gepoot, maar daar hebben we niets meer van teruggevonden. Volgend jaar weer een kans 🙂

tomaten De tomaten

tomatenbloempjes

Heuse bloempjes eraan

passiebloem De passiebloem. Wat bloeit hij mooi he?

paarse bloem

Hier hadden we de aardbei gepoot….

Olijfboompje

Dit is ons oloijfboompje

Rozen

En rozen hebben we ook

Urban agriculture does not always result in better neighbourhoods

Rural Sociology Wageningen University

Esther Veen - Community gardens in urban areasWhile urban agriculture is often used as a tool for increasing social cohesion in neighbourhoods, Esther Veen believes that it does not always lead to better relationships between residents. This is the subject of her doctoral thesis, which she successfully  defended at Wageningen University on Monday 15 June 2015.

For her doctoral research, Esther Veen observed various community gardens where people from the same neighbourhood came together. She noted that not everyone participates in these gardens and how there is a tendency for groups to form.

“It is often assumed that community gardens benefit the neighbourhood, but the gardens are also a ‘real world’ in which issues arise,” Veen explains. “Municipalities, initiators of urban agriculture projects and other stakeholders should adjust their often high expectations. A neighbourhood community garden does not break through existing social structures just like that, and it is hard to bring people from different socio-economic backgrounds…

View original post 326 woorden meer

Community gardens in urban areas – critical reflection on social cohesion & alternative food provisioning – PhD thesis by Esther Veen

Rural Sociology Wageningen University

Esther Veen - Community gardens in urban areasJune 15, 2015 at 1.30 pm Esther Veen will publicly defend her PhD-thesis ‘Community gardens in urban areas: A critical reflection on the extent to which they strengthen social cohesion and provide alternative food‘ in the Auditorium of Wageningen University. The defence ceremony will be streamed live by WURTV but can be viewed later as well. A hard copy of the thesis can be ordered by sending an email to esther.veen@wur.nl or a pdf can be downloaded from Wageningen Library (embargo untill June 15).

This thesis shows that the different organisational set-ups of community gardens reflect gardeners’ different motivations for being involved in these gardens. The gardens studied in this thesis can be defined as either place-based or interest-based; gardens in the first category are focused on the social benefits of gardening, whereas gardens in the second category are focused on gardening and vegetables. Nevertheless, social effects occur in both types…

View original post 359 woorden meer

Stadslandbouw in de media

Over goede timing gesproken: nu mijn verdediging niet lang meer op zich laat wachten, zijn buurttuinen hot. Nou waren ze dat eigenlijk al een tijdje, maar de kranten willen er in elk geval nu over schrijven. En de laatste weken hebben ze mij daarbij een aantal keren weten te vinden. Superleuk! In mei stond ik met een artikel in Ekoland, een bericht in het Friesch Dagblad, en een bericht in het Reformatorisch Dagblad. Omdat blogjes met alleen een linkje naar een krantenartikel nogal saai zijn, heb ik een pagina ‘publiciteit’ toegevoegd, bovenin beeld.

‘Gij zult participeren’: Een discoursanalyse van moestuin-projecten voor minima in Nederland (MSc-thesis)

Interessante afstudeerscriptie over minima en voedseltuinen

Rural Sociology Wageningen University

Door Monique Jongenburger (Boerefijn) – MSc-student International Development Studies

Vijf jaar Internationale Ontwikkelingsstudies in Wageningen hebben me kritisch gemaakt op ontwikkelingshulp en interventie. Worden de deelnemers van projecten serieus genomen? Ik was dan ook geboeid door de uitzending van EenVandaag over moestuin-projecten voor minima in Nederland: “Geef geen geld maar groenten”. Kunnen Nederlandse ‘armen’ niet met geld omgaan? Ik besloot dat ik dit onderwerp verder wilde onderzoeken. Dit leidde tot de onderzoeksvraag van mijn thesis: Welk discours leeft er bij de initiatiefnemers van moestuin-projecten voor minima in Nederland over minima?

Om mijn vraag te beantwoorden heb ik een discoursanalyse toegepast. Ik heb me hierbij gebaseerd op de theorie en methoden van Foucault en de politicologen Bacchi en Yanow. Voor de analyse heb ik documenten verzameld over de projecten en bij zeventien initiatiefnemers een semi-gestructureerd interview afgenomen.

In heel Nederland bleken soort gelijke projecten te zijn opgekomen: voedseltuinen, minimatuinen en volkstuintjes…

View original post 392 woorden meer

Pioniersnetwerk zorglandbouw

Eén van de projecten waarbij ik betrokken ben is het project ‘zorglandbouw’. Hierin werken we aan strategieën om in te spelen op veranderingen in de financiering van de zorg, die voor 1 januari gepland staan. Binnen dit project ben ik verantwoordelijk voor het pioniersnetwerk zorglandbouw. Dit pioniersnetwerk bestaat uit ongeveer vijftien pioniers in de zorglandbouw die zich richten op verschillende doelgroepen (ouderen, jongeren, gehandicapten) en diensten (onderwijs, behandeling, kleinschalig wonen).

Pioniers worden vaak gevraagd mee te denken, advies te geven of hun ervaringen te vertellen, omdat ze voorop lopen en visie hebben. De vraag is echter bij wij zij zelf terecht kunnen. Daarom hebben we het netwerk opgericht; tijdens de netwerkbijeenkomsten kunnen pioniers onderling informatie delen en elkaar adviseren. Bovendien nodigen we partijen van buiten uit, die vanuit een andere hoek inspiratie en kennis kunnen brengen. Het netwerk is dit jaar twee keer bijeen geweest en de deelnemers waren enthousiast. De laatste bijeenkomst, vorige week, ging over samenwerking. Er was ruimte voor een workshop over vertrouwen, wat we zien als de basis voor samenwerking, en we hebben intervisiegesprekken gevoerd.

Voor het monitoren en evalueren van het netwerk en om met andere zorgboeren te delen wat we doen, werken we met filmpjes waarin de pioniers kort iets vertellen. Dat is immers vaak inspirerender dan een verslag of rapport. Filmpjes van de eerste twee bijeenkomsten staan online en zijn voor iedereen te bekijken. Klik hier.

IMG_0015

Stappenplan buurtmoestuinen II

Vandaag een korte update van een eerder bericht, om onze nieuwe brochure ‘Buurtmoestuin? Zo gedaan!’ te promoten. Deze brochure is voortgekomen uit een Wetenschapswinkelproject voor de Kenniskring Buurtmoestuinen Almere. In dat project beantwoorden we als projectleiders twee vragen: 1) Hoe start je een buurtmoestuin? en 2) Wat zijn de faal- en succesfactoren van het instrument kenniskring ?

Bij het beantwoorden van de eerste vraag zijn we flink geholpen door een groep studenten, die een erg mooi stappenplan hebben gemaakt. Dit stappenplan was het uitgangspunt voor de 2.0 versie, die dus nu beschikbaar is. Download hem hier.

IMG_20141112_120600

Een filmpje zegt meer dan 1.000 rapporten

Enige tijd geleden hebben enkele van mijn collega’s een MKBA uitgevoerd rondom stadslandbouw. MKBA staat voor Maatschappelijke Kosten Baten Analyse. Het is een afwegingsinstrument dat alle voor- en nadelen – in dit geval van stadslandbouw – voor alle betrokkenen (overheid, bedrijven en burgers) in kaart brengt en in geld uitdrukt. Dat klinkt best ingewikkeld. Daarom hebben mijn collega’s de uitkomsten van de MKBA in een kort filmpje samengevat. Het is erg illustratief geworden; het filmpje laat duidelijk zien wat de mogelijke voordelen van stadslandbouw zijn, en bij wie die baten liggen. Ik vind het een mooi voorbeeld van hoe je iets schijnbaar ingewikkelds toch simpel kunt overbrengen. Dat zouden we vaker moeten doen met onze onderzoeksresultaten. Bekijk het filmpje hier.

Automatisch water geven

Het onderdeel van Wageningen waarvoor ik werk, PPO-AGV (Akkerbouw, Groene Ruimte en Vollegrondsgroenten), houdt zich bezig met van alles rondom akkerbouw; van bemesting tot schimmels en van slakken tot aaltjes. Het thema stadslandbouw wordt vooral opgepakt in mijn sectie, PlattelandInnovatie (aan een nieuwe naam wordt gewerkt). Toch is er ook bij de onderzoekers van andere secties steeds meer aandacht voor stadslandbouw; de ‘hype’  begint ook daar enigszins door te dringen. Soms leidt dat tot interessante nieuwe kennis en informatie.

Pieter Blok is een oud-collega en oud-carpoolgenootje van me. Hij werkt op het gebied van de precisielandbouw, en houdt zich doorgaans dus met hele andere dingen bezig dan ik – technisch in plaats van sociologisch. In zijn vrije tijd vindt hij het echter leuk om pepertjes te kweken. En daar heeft hij nu een automatisch water-geef-systeem voor uitgevonden. Hiermee kun je planten voor langere tijd in leven houden, ook als je op vakantie bent.

Het systeem bestaat uit een opslagvat, een druppelaar en een dompelpomp. Een bodemsensor controleert het vochtgehalte in de plantenpotten; wanneer een kritieke lage grens wordt bereikt, wordt de dompelpomp aangezet, totdat de potten weer op het juiste vochtgehalte zijn. Op deze manier krijgen de planten de juiste hoeveelheid vocht zonder dat je er op hoeft te letten. Schematisch ziet dat er als volgt uit:

Opstelling als concept

Het systeem maakt het verbouwen van je eigen groenten dus makkelijker; je hoeft je planten immers niet elke dag water te geven, ook niet op warme dagen. Dat is vooral handig als je geen achtertuin of balkon hebt, maar een kwartier moet fietsen naar je volkstuin of buurttuin. Pieter gebruikt het systeem overigens wel gewoon thuis; hij teelt er zo’n 30 peperplanten mee. Inmiddels is het systeem opgenomen in het HAPI – het Hydroponic Automation Platform Initiative – project. Dit project is een initiatief dat als doel heeft simpele en goedkope (het systeem kostte Pieter ongeveer €75) technische systemen toegankelijk te maken voor stadslandbouw, om daarmee de productie van voedsel in de stad te stimuleren. Bekijk hier een filmpje van de werking van het systeem.

Overigens zou ik zelf ook zo’n systeem wel kunnen gebruiken. Net als vorig jaar verbouw ik weer wat groenten op mijn balkon, maar ik heb ze niet altijd genoeg aandacht gegeven en mijn vakantie heeft ze ook geen goed gedaan. Ik probeer mijn leven nu te beteren. Helemaal hopeloos is het trouwens niet; dit weekend heb ik de eerste radijsjes kunnen eten en we kunnen ons ook tegoed doen aan verse muntthee 🙂

Munt  Radijs